Meer weten?
Publicaties

Uw recht onze gunst

gezondheidMet het toontje van : ‘Eigenlijk vind ik dit totaal onbelangrijk maar om u ter wille te zijn wil ik nog wel een keer uitleggen hoe het zit’ gaf de burgemeester van Almere en voormalig minister van Verkeer en Waterstaat mevrouw Jorritsma ons, de luisteraar van radio 1, een lesje Welzijn Nieuwe Stijl.
`Kijk’ zei ze, ‘de benadering dat we overal maar recht op hebben is gewoon niet meer van deze tijd. Neem nou mijn oude moeder, die heeft een scootmobiel in de schuur staan omdat ze daar volgens de letter der wet recht op had, maar ze heeft er niet 1 keer op gereden. Van dat soort verspilling van overheidsgeld moeten we af.’
Waaruit de luisteraar moet afleiden dat honderdduizenden burgers in Nederland ongebruikte scootmobielen in de schuur hebben staan want anders hoef je je daar als calculerende beleidsmaker natuurlijk niet mee bezig te houden omdat beleid nu eenmaal niet gaat over individuele gevallen, - denk aan Mauro, Wime Dumingo, of het Georgische meisje Renata dat ondanks de constatering van acute leukemie het land werd uitgezet - maar over ‘illegalen’ , ‘uitgeprocedeerde asielzoekers’ of ‘ te zorgafhankelijke burgers’.

Recht op gezondheidszorg?
Dat het niet meer van deze tijd is om ergens ‘recht op te hebben’ is zelfs voor iedereen die slechts een druppel historisch besef in zich heeft een ridicule uitspraak. Staten waar de rechten van mensen op basale gezondheidszorg niet gegarandeerd worden noemen we – ik neem aan Jorritsma ook – onbeschaafd. Een recht ontstaat omdat we onszelf, de mens, willen beschermen tegen bepaalde misstanden. En onze mensenrechten zijn hiervoor het meest fundamentele instrument. Voor je rechten moet je opkomen en soms moet je je rechten claimen. Voor de eerdergenoemde Illegalen ligt dat overigens net even anders, want hoewel we moeten zeggen dat ze op basis van hun mens-zijn toch mensenrechten hebben is het voor hen een groot probleem deze rechten ook te claimen.

Rechten moet je claimen
Hoe zit of zat het met ons recht op bepaalde voorzieningen zoals de scootmobiel? Werd er zonder dat moedertje Jorritsma daar een formulier voor had ingevuld zomaar ongevraagd een scootmobiel afgeleverd? Hoe goed het in ons land ook allemaal geregeld is, dat lijkt me zeer onwaarschijnlijk: wie niets vraagt, krijgt niets. Je moet er wel zelf achteraan en je melden bij je zorgverzekeraar of het centrale indicatieorgaan. Uiteraard heb je ook geen recht op enig door de overheid gefinancierd vervoer als je je gewoon kunt voortbewegen. Zo kom ik zelf bijvoorbeeld niet voor een scootmobiel in aanmerking omdat er met mijn benen niets mis is en als ik me meld bij de zorgverzekeraar krijg ik geen scootmobiel of rollator omdat ik simpelweg niet aan de voorwaarden voldoe.
We hebben dat ‘rechtens’ zo geregeld omdat we er ooit met zijn allen van overtuigd waren dat je recht hebt op steun en hulp als je dat niet zelf kunt betalen. We vinden het onrechtvaardig dat iemand aan zijn stoel gekluisterd zit puur en alleen omdat hij zich geen rollator of scootmobiel kan veroorloven.
Als er dus mensen - zoals de moeder van Jorritsma - spullen hebben die ze niet nodig hebben, is er blijkbaar met de toetsing vooraf iets misgegaan. Hier is volgens mij een vette beleidsparadox ontstaan. We schaffen het recht op voorzieningen af, want blijkbaar gaven we het ook aan mensen die het niet echt nodig hadden (lees: er wettelijke eigenlijk geen recht op hadden). Als we de redenering van Jorritsma volgen dan moet de wet worden afgeschaft omdat hij niet werkt. Dat is eenzelfde soort redenering als: laten we het verbod op diefstal maar afschaffen, want er zijn toch altijd mensen die zich er niet aan houden.

Geen rechten, maar gunsten
De verworven rechten waren bedoeld om een minimale kwaliteit van het leven van burgers te waarborgen door fundamentele menselijke behoeften zoals bewegingsvrijheid, autonomie en gelijkheid te erkennen.
Maar dat zijn volgens onze liberale burgermeester ideeën die niet meer van deze tijd zijn.
Vonden we niet dat het in de derde wereld zo slecht geregeld was omdat mensen daar geen rechten hebben en aangewezen zijn op de giften van de charitatieve instellingen? Heeft dat er soms niet toe geleid dat de ontwikkelingswerker van nu een groot deel van zijn tijd bezig is met lobbyen om voor gehandicapten dergelijke rechten ingevoerd te krijgen?
Nee, dan wij, wij zijn hier alweer een stuk verder doorontwikkeld. Wij vinden dat de hulpverleners, geheel in de lijn van Welzijn Nieuwe Stijl, eens stevig met de cliënten moeten praten over wat ‘nodig hebben’ precies is en de zorgvrager moet zich daarbij goed realiseren dat ‘hulp’ geen recht maar een gunst is. Daarom moeten die gesprekken ook plaats vinden aan de keukentafel want dat geeft het ongedwongen – lees rechteloze - karakter weer. Heeft je buurman een auto? Dan jij geen scootmobiel!
Hoe aan die keukentafel vastgesteld gaat worden wie wat krijgt is vooralsnog veelal onduidelijk en kan per gemeente verschillen.

Het kan ook anders….
In Nederland had iedereen, ook zij uit de Quote 500 en onze koninklijke familie recht op een van overheidswege verstrekte scootmobiel. Van deze groep lijkt het me een stuk gepaster om te zeggen dat ze dit ‘niet nodig’ hebben. Is het dus niet voor de hand liggender om in plaats van het recht af te schaffen voor iedereen te zeggen dat alleen zij die het ‘nodig hebben’ dit recht mogen behouden? Dit is ook in overeenstemming met de geest waarin de wet ooit is ontstaan: recht op een menswaardig bestaan door vervulling van de fundamentele levensbehoeften voor een ieder die dit niet zelf kan betalen. Van alle uitgespaarde uren aan de keukentafel met dure hulpverleners kunnen we dan meteen de mensen zo’n fundamenteel recht als de dagelijkse wasbeurt weer teruggeven!
Jorritsma zei het zelf trouwens ook: ‘ Ik had toch zelf wel voor mijn moeder die scootmobiel kunnen kopen?’.
En daarin ben ik het voor het eerst hartgrondig met haar eens.

De columns verschijnen ook op www.blikophulp.nl